Historie

Veldslagen bij Groningen

Op 30 september 1581 vond er tussen Noordhorn en Niezijl een veldslag plaats waar gestreden werd tussen de Koninklijke (Spaanse) troepen onder leiding van kolonel Francisco Verdugo en de Staatse (Hollandse en Friese) troepen onder leiding van graaf Willem Lodewijk.

 

Slag bij Noordhorn

In de herfst van 1581 werd onder druk van genoemde Staten-provinciaal van Friesland  een troepenmacht richting Niezijl en Noordhorn gestuurd. Aanvoerders waren Graaf Willem Lodewijk (later Us Heit genoemd) en de Schotse edelman Norreys of Norrits. Tussen Noordhorn en Niezijl werd slag geleverd, maar uiteindelijk liepen de Staatse troepen in een door Verdugo opgestelde hinderlaag. Wat er van de Staatse troepen overbleef trok zich gewond en de vele gesneuvelde achterlatend, terug op de Bomsterschans te Niezijl.

Beleg bij Niezijl

Na zijn overwinning bij de Slag Noordhorn, sloeg Verdugo beleg voor Niezijl, of eigenlijk de Bomsterschans, waardoor de doorgang naar Friesland werd versperd.

Dit bleek niet zo makkelijk als verwacht en na 3 weken gaf Verdugo het beleg op ten gevolge van slecht weer een noordwesterstorm en de komst van de Watergeuzen.

Niezijl bleef de enige plaats in de Ommelanden die de rebellen konden behouden en diende niet alleen voor de rest van de strijd tegen de Spanjaarden als de westelijke uitvalsbasis maar blokkeerde ook de toegang tot Friesland voor de Koninklijke troepen.

Vergeten slagen

Hoewel de Slag bij Heiligerlee in 1568 (met deze Slag wordt ook wel het begin van de 80-jarige oorlog aangeduid), voor het verloop van de strijd in het Noorden van weinig belang is geweest,  is zij veel bekender dan die  bij Noordhorn en het Beleg van Niezijl; gebeurtenissen die van doorslaggevend belang zijn geweest voor de bevrijding van Groningen en de Ommelanden.

Bij beide slagen verloren bijna evenveel soldaten (en burgers!) het leven.

 

Schansenkrijg

Om de machtige stad Groningen in handen te krijgen begon Graaf Willem Lodewijk rond deze stad een groot aantal schansen te leggen, c.q. te veroveren. Voor de omgeving Noordhorn- Niezijl zijn de belangrijkste schansen die te Enumatil, Niezijl, De Opslag, Aduarderzijl. Als één van de laatste werd de Schans Bourtange aangelegd , waarmee de stad Groningen van aanvoer van voedsel en munitie was afgesloten. Hierna konden Willem Lodewijk en Maurits na een belegering van enkele weken de stad innemen en was de Reductie van Groningen op 22 juli 1594  een feit.

De aanleiding voor deze oorlog moet worden gezocht in een combinatie van religieuze, bestuursrechtelijke en fiscale redenen. Religieus, omdat de bevolking van wat later de Republiek de Zeven Verenigde Provinciën zou gaan heten, als religie overging van het katholicisme naar luthers/calvinistisch. De koning van Spanje onderdrukte deze ontwikkeling met zeer wrede hand, waarbij zijn plaatsvervangers, onder andere de hertog van Alva geen middel schuwde. De bloedraad sprak vele malen de doodstraf over afvallige gelovigen uit, die wreed werden uitgevoerd. Daarnaast waren de Staten-Generaal onder leiding van Willem van Oranje en niet te vergeten Johan van Oldenbarnevelt op zoek naar een andere soeverein.

De adel had als macht (bijna) afgedaan, de rijke burgers wilden met hun bezit ook invloed op het bestuur van steden en provinciën uitoefenen. Om de opstandige gebieden weer onder het bewind van de Koning van Spanje te krijgen, moest Alva een groot leger op de been houden. In eerste instantie werd dit vanuit Spanje betaald, maar na het eerste bankroet van Spanje moesten de Lage Landen deze strijd zelf betalen. Hiertoe stelde Alva een aantal (gehate) belastingen in: de Honderdste, Twintigste en meest controversieel, de Tiende penning. Vooral deze laatste zette veel kwaad bloed. Willem van Oranje had ook moeite met het betalen van zijn, meestal uit huurlingen bestaande legers. Hiertoe werd door hem aan de Geuzen kaperbrieven uitgereikt. Na ampele pogingen de soevereiniteit van de 7 Verenigde Provinciën aan buitenlandse  mogendheden aan te bieden, werd in 1581 door de Staten-Generaal  het Plakkaat van Verlatinghe getekend. Na nog een poging gedaan te hebben om de Hertog van Anjou als soeverein aan te stellen, werd besloten dat de soevereiniteit  voortaan bij de Staten- Generaal van de 7 provinciën lag, vastgelegd door de Justificatie of Deductie.

Inmiddels had de stad Groningen zich weer bij de Koningsgezinde troepen aangesloten, het Verraad van Rennenberg genoemd. Dit verraad had deels te maken met het gegeven dat Rennenberg ( Georg van Lalaing) de stad Groningen voor het Rooms katholieke geloof wilde behouden. Maar het stadsbestuur was bang dat met een overgang naar de Republiek de stad Groningen de stapelrechten zou kwijtraken. Na de dood van Rennenberg werd hij opgevolgd door Francisco Verdugo, die probeerde het omringende gebied weer onder Spaans gezag te brengen. Verdugo had zich met zijn troepen in Noordhorn verschanst. Hierbij gebruikte hij de molenberg als uitvalsbasis. Hierdoor werd de Stad Groningen een bedreiging voor Friesland en Westerlouwers Friesland (zeg: de Ommelanden). Hiertoe genoodzaakt gaven de Staten-Provinciaal van Friesland de opdracht aan hun stadhouder Graaf Willem Lodewijk ( een neef van Prins Maurits) om de stad Groningen  te veroveren.